Page content

Korte hamstrings! Bestaat dit fenomeen eigenlijk wel? Meer over mobiliteit en flexibiliteit!

Korte hamstrings! Bestaat dit fenomeen eigenlijk wel? Meer over mobiliteit en flexibiliteit!

In hou ervan om sterke overtuigingen te horen tijdens mijn werk. ‘Mijn wervel zit scheef’ ‘ik zit verkeerd’ of ‘ik heb geen tijd’. Deze overtuigingen staan zeker in de top tien. Toch is er één die tijdens het lichamelijk onderzoek bovenaan staat, namelijk: ‘Ik heb korte hamstrings’.

In deze blog wil ik jullie daarom proberen te informeren over de onderwerpen mobiliteit/flexibiliteit en adaptatie.

Om uiteindelijk tot een conclusie te kunnen komen is het handig om eerst de begrippen helder te hebben. Mobiliteit en flexibiliteit zijn namelijk niet hetzelfde.

Mobiliteit, ook wel ‘range of motion(ROM)’ kan worden opgedeeld in twee delen, namelijk actief en passief.

  • Actieve mobiliteit gebeurt op basis van neuromusculaire controle. Simpel gezegd. Alles wat je doet terwijl je bij bewustzijn bent.
  • Passieve mobiliteit vindt plaats op het moment dat het neuromusculaire systeem niet mee doet. Dit proberen fysio’s na te bootsen door een cliënt liggend te onderzoeken, maar vindt pas echt plaats als iemand volledig onder narcose is. Op deze manier voel je veel beter of er een structurele beperking aanwezig is of niet (gewrichtskapsel/bot etc)

Flexibiliteit

Flexibiliteit is iets totaal anders en gaat over hoeveel een structuur kan rekken/stretchen. Flexibiliteit wordt aangeduid met de ‘stress/strain curve’. Stress is het aantal compressie of druk wat op een bepaalde structuur komt en Strain is de lengte die die bepaalde structuur dan toeneemt.

Dus simpel gezegd; je hebt een ijzeren veer. Je hangt er 1 kilogram aan (stress), hoelang (strain) wordt die veer nu? En hoeveel is dat bij 2 kilogram? En bij 3?

Stretchen

Vooralsnog veel theorie over definitie, maar dit is cruciaal als je wilt weten waar je aan wil werken. Hoe kun je namelijk je mobiliteit verbeteren? Wat beperkt die mobiliteit? Is het actief? Is het passief? Je kunt proberen de flexibiliteit te verbeteren, waardoor de mobiliteit van het gewricht zal toenemen, zolang deze niet wordt geblokt door een passieve beperking (bot). Nu wordt het pas echt interessant want we gaan het hebben over stretchen en waarom het misschien wel werkt. Ik zeg expres ‘misschien’ want ook ik ben maar zo slim als de laatste inzichten en wie weet zijn er over tien jaar weer hele nieuwe ontdekkingen gedaan.

Oke; stel je het volgende onderzoek voor.

Je ligt als cliënt op de bank en je been zit vast in een harnas. Je been wordt vervolgens opgetild (zie plaatje) en hierbij kijken de onderzoekers naar A) hoe ver komt het been(strain), en B) hoeveel kracht moeten we zetten om zover te komen(stress).

Eigenlijk dus een stress/strain curve.

Vervolgens krijg jij als cliënt een stretch schema van 6 weken die je mag oefenen.

Daarna kom je terug en wordt opnieuw dezelfde test uitgevoerd. Het been gaat weer omhoog en uiteindelijk stopt de test. De test stopt omdat jij op een knop drukt en aangeeft dat het te veel pijn doen. Waarschijnlijk komt het been verder dan de eerste keer, maar zijn de structuren ook flexibeler geworden? Als de flexibiliteit toegenomen zou zijn, zou je verwachten dat het been verder kan komen (strain) terwijl er minder kracht wordt gezet (stress).

Nu blijkt dus uit meerdere wetenschappelijke artikelen dat er zo goed als géén verandering plaats vindt in de stress/strain curve. Het enige wat er gebeurt is dat het been verder omhoog komt. Dus hoe kan dat? Dat komt omdat je bij de tweede test later op de knop drukte om te stoppen. De tweede keer deed het minder pijn terwijl het been verder kwam en de stress/strain curve hetzelfde was.

Hoe helpt dit ons?

Het blijkt dus dat we misschien wel niet in staat zijn om de samenstelling van ons weefsel te veranderen/het flexibeler te maken. Maar toch komt het been verder omhoog.
Het is dus aannemelijk dat het gaat om een soort tolerantie van pijn. Het been komt hoger doordat de cliënt vaak genoeg in die positie heeft gezeten en daardoor signalen aan de hersenen heeft gegeven dat het oké is en waardoor er adaptatie in de hersenen plaatsvond. Daardoor ervaart de cliënt minder pijn.

 ‘The take home message’

Er zijn heel veel dingen die je kan proberen om je mobiliteit te verbeteren. Je laten mobiliseren, foamrollen, fasciale technieken, dry needling of gewoon stretchen. Maar wat je in je achterhoofd moet houden is dat het gaat om het tolereren en verminderen van de pijnsensaties die van het weefsel komen als je het prikkelt.
Wat echter ook belangrijk is, dat de ‘nieuw verkregen actieve mobiliteit’ meteen  in een oefening is toe te passen. Zorg ervoor dat je hersenen deze beweeglijkheid meteen durven toe te passen, anders neemt de gewenning/tolerantie weer af.

Wat dus een prima mobiliteitsdrill zou zijn is het volgende;

  • Laat je behandelen (mobilisaties, triggerpoints, fasciale verklevingen etc.)
  • Ga foamrollen en stretchen
  • Doe een oefening waarbij je onbelast de nieuwe mobiliteit benut
  • Belast die mobiliteit licht in de vorm van een krachtoefeningen en bouw dit uit
  • Spendeer veel tijd in de nieuwe eindgrens

Wat mij betreft een erg interessant onderwerp en mocht je vragen hebben naar aanleiding van deze blog, spreek me even aan, stuur me een mailtje of maak een afspraak, dan help ik je graag verder.

Succes!

 

Peter van de Veer

Fysiotherapeut

 

N.B. Deze blog geldt voor mensen waarbij geen onderliggende pathologie/aandoening aanwezig is.

 

Comment Section

0 reacties op “Korte hamstrings! Bestaat dit fenomeen eigenlijk wel? Meer over mobiliteit en flexibiliteit!

Plaats een reactie


*